Pasen

Van donker naar licht

Rik Snijkers neemt ons mee doorheen het Verrijzenisverhaal van Lc. 24,1-12 aan de hand van sleutelvragen: 

 

Wat maakt de mens tot mens?

Hoe kan je worden wie je in wezen bent?

Van waaruit leef je ten diepste? Waartoe leef je?

Wat heeft een mens nodig om een leven van betekenis te leven?

 

Hoe is dat verhaal bevrijdend, helend, genezend, hoop gevend?

Wat is er zo paradoxaal?

 

Ook dit verhaal is geen relaas van gebeurtenissen. Het gaat niet over een leeg graf waar de dode zou zijn uitgekropen. Het gaat niet om een lichaam dat terug tot leven komt of om een geest die zich laat ontmoeten. 

Dit is een verhaal waaraan ik een aantal van mijn eigen ervaringen kan verbinden. Het is een verhaal dat te be-leven is als iets voor hier en nu. In die zin bevat het een waarheid die te denken geeft over hoe ik in het leven sta. Het verhaal van het lege graf past bovendien in een reeks van verhalen van de kruisdood tot de zending van de heilige Geest met Pinsteren. Blijkbaar heeft de ommekeer van de leerlingen (en van mij) tijd nodig, wel 50 dagen.

 

Er hangt alarm in de lucht

Na de dood van Jezus blijven zijn leerlingen achter in shock, verwarring, berouw, lafheid, wanhoop, angst… Ze sluiten zich op. Het alarm gaat af. De barometer slaat uit op fase rood. Ze dalen af in een schuiloord. Alle toekomst lijkt weg. Hier eindigt voor hen het leven, op een sisser. Je kan niet meer verder. Je zit gevangen, opgesloten in jezelf, ingegraven, begraven… Het was nog donker, zegt het verhaal. De dood en haar dode, meer is er niet.

 

Van duister naar licht, opnieuw

De vrouwen gaan op weg naar het graf. De steen is weggerold. De toekomst is niet definitief afgesloten. “There is a crack in everything, that’s how the light gets in”, zingt Leonard Cohen. Ze horen een stem, een stem ten leven. Alsof er boven de hof andermaal “er zij licht” wordt geroepen. De mannen stralen, de zon gaat op, ook over hun wereld en over die van mij en jou.

Maar wat is dat dan dat die vrouwen en die leerlingen anders doet zien?

 

Hij leeft… in mij!

Het graf is niet zozeer het graf van de gestorven Jezus. Het is mijn eigen graf. Het graf van angst, verdriet, vertwijfeling, ontgoocheling, van lafheid en verraad is nooit definitief gesloten. Het is een open graf. Het is niet langer ontoegankelijk. Je kan er uit weg. Er is altijd een nieuwe toekomst.

Het graf is leeg. Een lege plek. In de leegte en de stilte kan een mens God horen spreken en kan hij zelf tot spreken komen. Daar in de leegte - ontdaan van alle ballast - komt een mens tot nieuw leven. In de leegte is er ruimte.  In de leegte kan je onderscheiden waar het op aan komt:

Zoek de levende niet bij de doden. Hij is niet in het graf. “Hij leeft!” Hoe? Waar?

Hij leeft in zijn leerlingen, in elk die zich door hem laat inspireren en appelleren. In jou en in mij daar wordt hij opgewekt.

God is mens geworden in Jezus, maar ook in jou en in mij. De Eeuwige heeft zich verbonden met het voorbijgaande in onze menselijke beleving.

De begrippen dood en leven worden omgekeerd. Ik was (levend) dood en nu ben ik herboren. Het is tijd om op te staan tot een nieuw leven (met eeuwigheidswaarde).

Pas nu, in het licht van zijn dood, wordt duidelijk dat hij een weg ten leven is, een weg naar waarheid om van te leven.

 

Wat je aan de minste doet, doe je aan Hem!

Het besef dat het eigen graf van vertwijfeling open is, verandert het leven van een mens. Je  voelt je als herboren tot een ander leven. Jezus heeft de leerlingen, maar ook mij, daarin ten diepste beïnvloed. Ik ben veranderd: Hij leeft (als gestorvene) in mij. Hij verandert mij. Hij laat zich zien in jou en mij. Om dat te ervaren moet je enkel zelf in het verhaal instappen. Dan ontdek je dat niet alles relatief is. Sommige dingen hebben eeuwigheidswaarde. Het betekenisvolle dat je nu doet, heeft eeuwigheidswaarde. Met lach naar een ander, wordt de hele wereld fleuriger; met het schoorvoetende contact dat je legt met het vluchtelingen gezin in je straat, ontmoet je de hele wereld, met de opvang van de dakloze, red je de hele wereld, met dat vervelende kind dat je minzaam in de ogen kijk, zie je de hele wereld… In die kleine go(e)dheid wordt een mens tot leven gewekt.

 

Het is tijd om op te staan!


Niet later.
Maar hier.
Nu.

 

 

Reflectie: 

  • Waar zie jij de donkerte vandaag?

  • Wat zijn voor jou de Cracks, lichtpuntjes in het donker? 

  • Zou je die goddelijk durven, willen, kunnen noemen?

  • In de leegte komt er ruimte, wat betekent dit voor jou?

  • Waar zie jij dat Jezus vandaag verder leeft?

  • Heeft Jezus jou veranderd? 

 

Liedsuggestie:

  • Leonard Cohen – Anthem
  • Taize Als alles duister is

 

Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. 2Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, 3en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. 4Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. 5Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? 6Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: 7de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’ 8Toen herinnerden ze zich zijn woorden.

9Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en aan alle anderen vertellen wat er was gebeurd. 10De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd, 11maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet. 12Petrus echter stond op en rende naar het graf. Hij bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was.

 

Lc 24,1-12 https://www.debijbel.nl/bijbel/NBV/